Geschiedenis van de Alfa Romeo vanaf 1909
Verassend genoeg begint de geschiedenis van Alfa Romeo in Frankrijk. Fabrikant Alexandre Darracq bouwde een fabriek in Portello dicht bij de stad Milaan. In deze fabriek werden auto's met één of twee cilindermotoren gebouwd met ingevoerde onderdelen uit Parijs. Dit project was helaas niet zo succesvol als Alexandre Darracq hoopte en in 1909 verkocht hij zijn fabriek aan het Italiaanse Anonima Lombarda Fabbrica Automobili, afgekort A.L.F.A. en hier begint de geschiedenis.
In 1915 werd Nicola Romeo, (een zeer bekende ingenieur en gek van autosport) hoofd van deze fabriek en de naam van deze firma werd Alfa Romeo. De vroege motoren van vier cilinders werden vervangen door zes en acht cilinder motoren van de Erosie en Jan. Later werden motoren met dubbele luchtnokkenassen en compressor gebruikt. De voorbeelden zijn de 3 liter 8 cilinder Tipo B, de Bimotore met twee 8 cilindermotoren en een 4.5 liter V12.
De operazanger Giuseppe Campari gaf Alfa Romeo haar eerste race overwinning in 1920. Hij won ook de Franse Grand Prix met Alfa's eerste Grand Prix auto, de P2 ontworpen door Vittorio Jano. Alfa's P3 was de eerste monoposto (eenzitter) Grand Prix auto. Deze auto maakte zijn eerste verschijning in 1932. P3 was een zeer heel mooie raceauto en een geboren winnaar waarin de grote racers zoals Nuvolari vele overwinningen noteerden. De ervaring die met deze races en triomfen werden verzameld werden gebruikt in de ontwikkeling van productiemodellen zoals de Spyder (tweezitter met 2300cc 8 cilindermotor) uit 1932.
In 1933 zorgde financiële problemen voor een overname door de Italiaanse staat. Mussolini stimuleerde Alfa Romeo om te blijven racen en Enzo Ferrari (de enige echte) werd hoofd van de race afdeling.
Tijdens de vooroorlogse periode was Alfa Romeo zeer succesvol en de fundamenten werden gelegd voor een totaal van 11 overwinningen in de legendarische Mille Miglia en 4 overwinningen op Le Mans. De grootste overwinning tijdens deze periode werd bereikt in de Duitse Grand Prix van 1935 op de verraderlijke Nurnburgring waarin Nuvolari de superieure teams van Mercedes-Benz en Auto Unie versloeg.
In 1938 droeg Enzo Ferrari de hoogst begaafde technicus Gioacchino Colombo op om de Tipo 158 "Alfetta" Grandprix auto te ontwerpen. Na de tweede wereldoorlog dook deze auto weer op en domineerde het gehele grandprix seizoen van 1948. Met een nieuwe versie van de Tipo 158 won Giuseppe Farina in 1950 hun eerste wereldkampioenschap. De enige andere grandprix Winnaar dat seizoen was Juan Manuel Fangio die ook reed in een Tipo 158 8 cilinder 1.5 liter motor. De Tipo 158 werd omschreven als oud maar onzichtbaar. In het jaar daarop kon Fangio de Formule-1 titel behouden voor Alfa Romeo, maar het was duidelijk er een nieuwe periode aankwam. Al in 1947 pas maakte de 2.5 liter Recta Door (de gouden pijl) zijn opwachting. Dit was een vijfzits coupe. In 1950 introduceerde Alfa haar eerste 4 cilindermotor binnen 25 jaar. De 1900 Berlina Coupe versies genaamd de "Super" en "Sprint" volgde snel net zoals een race versie, de "Disco Volante", in 1952.
In 1954 introduceerde Alfa Romeo de "Giulietta", een concept bereikbaar voor het grote publiek. Deze auto had een 1300cc 4 cilinder motor met dubbele nokkenassen en de prestaties werden goed gecombineerd met de lage kosten. Hij werd geleverd als coupé met twee deuren of saloon met vier deuren. Later werden versies geleverd die getuned waren door Pininfarina, Zagato en Bertone.
De periode tussen 1950 en 1955 groeide de Italiaanse auto productie waaronder de Giulietta. De verschillende versies van deze auto waren de oorzaak van de groei die Alfa Romeo de volgende 8 jaar kende. In 1962 werd een grotere Giulia voorgesteld. aan het publiek. Deze auto werd uitgerust met een 1570cc motor, een vijf speed versnellingsbak en schijfremmen op alle wielen. De 1900 Super werd gebouwd tot 1956 en daarna in 1958 vervangen door de grotere en meer luxueuze 2000. Dit model verscheen in 1962 weer opnieuw op de markt met een 2.6 liter motor. Al deze types waren onmiddellijk leverbaar met verschillende soorten carrosserieën en motoren en zij waren zeer populair vanwege hun opmerkelijke prestaties en handeling.
Het jaar daarop werd in Arese (dichtbij Milaan) de bouw van een nieuwe fabriek gestart. Deze nieuwe fabriek verving die in Portello die te klein was geworden. Vanaf dit moment werden verscheidende modellen ontwikkeld zoals de Alfa 90, Alfa 75, Alfa 164, Alfa GTA en de Alfa 155.
In 1997 werd de Alfa 155 vervangen door de 156, een zeer mooi ontwerp van Alfa's eigen Stijlcentrum (Walter de Silva) met retro stijl kenmerken. Het werd de auto van het jaar 1998.
In 1998 is Alfa weer terug in de hoogste klasse van auto's met de 166. Deze auto is de opvolger van de 164 waarvan de productie al in 1997 was gestopt.
In 2000 verbaasde Alfa Romeo de wereld opnieuw met het introduceren van de 156 Sportswagon, een zeer mooie en behendige auto.
Evolutie van het Alfa Romeo logo
Het embleem van Alfa Romeo heeft sinds de oprichting van het merk in 1910 enkele wijzigingen ondergaan zonder zijn typische kenmerken te verliezen. Het embleem wordt gekenmerkt door twee symbolen die in de Lombardische stad Milaan zeer bekend zijn: het rode kruis van het stadsvaandel (ter ere van de kruisridders) en de ringslang die ook voorkomt op het wapenschild van het graafschap van de Visconti familie. De ringslang die het embleem van Alfa Romeo kenmerkt maakt eveneens deel uit van de Lombardische traditie. De legende vertelt dat Matteo Visconti een draak die Milaan terroriseerde versloeg terwijl hij beschermd werd door een slang die om zijn lijf was gewikkeld.
Favorieten: