Ac-Cobra
De AC Cobra is een Brits-Amerikaanse sportwagen gebouwd in de jaren ‘60 door autofabrikant AC Cars. De auto had een topsnelheid van 260 kilometer per uur en een handgeschakelde versnellingsbak met 4 versnellingen. In tegenstelling tot wat velen denken was dit niet de eerste auto die gebruik maakte van een licht aluminium chassis en carrosserie in combinatie met een krachtige V8-motor. Het is mogelijk wel de bekendste.
Geschiedenis van de AC-Cobra
De Texaanse autocoureur en Le Mans winnaar Carroll Shelby besloot in 1960, op 27 jarige leeftijd, te stoppen met wedstrijden vanwege zijn gezondheid (hartproblemen). Hij begon met het ontwikkelen van een sportauto die in staat was een Ferrari uit de GT klasse te kloppen. Zijn oplossing was eenvoudig. Kies een grote, sterke en betrouwbare Amerikaanse V8 motor en een lichtgewicht Europees chassis. Door zijn contacten met autofabrikanten beloofde Ford hem een V8 motor te leveren. Ford had deze motor ontwikkeld voor zijn Ford Fairlane. Shelby had tevens contact met verschillende Europeese fabrikanten voor de levering van een chassis en kwam tenslotte uit bij AC Cars.
Mark I Type - Cobra 260 en Cobra 289
Cobra 260 Mark I
In januari 1962 was het eerste prototype klaar, de Cobra 260. De V8 motor (4.2 liter Ford Zephyr) bleek verrassend goed te passen in het chassis van de AC. De grootste aanpassing die gedaan moest worden was het versterken van de achtervering vanwege het grote koppel van de motor. Tevens kreeg de 260 grote schijfremmen. De auto werd uitvoerig getest op de "Riverside-track" in Californië. Hier bleek dat de auto aardig wat potentieel had. Van de Cobra 260 zijn 75 stuks gemaakt inclusief het prototype.
Cobra 289 mark I
Het belangrijkste verschil met zijn voorganger is dat dit type werd uitgerust met een Ford Windsor motor van 4.7 liter. Van dit type zijn 51 stuks gemaakt.
Mark II Type - Cobra 289
Chief Engineer Alan turner van AC Cars besloot tegen het einde van 1962 een aantal belangrijke wijzigingen door te voeren in het chassis en in de carrosserie. Vooral de stuurgroep ging op de schop en werd geleverd door MGB. De stuurkolom kwam van de VW Kever. Van deze Mark II Cobras zijn 528 stuks geproduceerd. De productie stopte in de zomer van 1965.
Mark III Type - Cobra 427
In het voorjaar van 1963 werd het duidelijk dat Cobra zijn suprematie in autoraces begon te verliezen. In de tussentijd had Shelby nog geprobeerd een grotere motor te plaatsen in de Mark II maar de auto rijcapaciteiten van de auto was ronduit slecht. Shelby noemde het prototype “De Drol”. Er was maar een uitweg en dat was een nieuw chassis.
In samenwerking met de Fordfabriek in Detroit begon men aan een geheel nieuw ontwerp: De Mark III.
Naast een heel nieuw chassis met 4 buizen in plaats van de 3 die voorheen werd gebruikt was ook de aanzienlijk grotere radiator opening opvallend te noemen. De Mark III kreeg een Ford 7 liter motor met maar liefst 425 pk en een topsnelheid van 262 kilometer per uur. De "getunde versie" had zelfs 485 pk. De productie van de auto begon in januari 1965 met het versturen van 2 ongelakte prototypes naar het bedrijf van Shelby in de Verenigde Staten waar ze zouden worden afgewerkt. Hoewel het een indrukwekkende auto was viel de verkoop van de auto sterk tegen en dreigde er een financiële mislukking. Om de productiekosten te drukken werd de auto uitgevoerd met een aangepaste Ford motor. Deze motor had een langere slag en kleinere boring. Dit type was bestemd voor gebruik op de weg en niet voor races. Een geschat totaal van 300 stuks chassis zijn verscheept naar de fabriek van Shelby tussen 1965 en 1966 met inbegrip van de race versie. Ongeveer 29 stuks van de aangepaste versie, de AC-289, werden verkocht in Europa.